Ik zit beduusd bij de dokter. Met Milou. Een oorontsteking op links. Vorige week was ie rechts en die hebben we vakkundig weggedruppeld. Maar nu dus links.

Ik zit niet beduusd bij de dokter vanwege de oorontsteking. Die zag ik aankomen. Wat ik niet zag aankomen was de scheldpartij net toen ik wilde inparkeren op de gehandicaptenplaats voor bij de dokterspost. We kregen werkelijk de volle laag. Ik heb de opgefokte reacties genegeerd omdat ik me niet wil laten afleiden en teveel wil laten raken. Want hoe geweldig goed en leuk onze huisarts ook is: ik kom er niet voor de lol maar voor een ziek kind.

Maar op het moment dat ik bij de dokter wegloop met de diagnose: weer een oorontsteking maar nu de andere kant besef ik me hoe bizar het eigenlijk is wat er zojuist voor de deur gebeurde:

Ik rij aan. Het is druk. Ik moet met de grote rolstoelbus bij de gehandicaptenplaats inparkeren voor de dokter. Ik kan er alleen niet bij omdat er file staat van auto’s die de parkeerplaats willen verlaten. Door die file kan ik het parkeervak voor gehandicapten niet inrijden. Zij blokkeren die. Dat gebeurt wel vaker. Er is daar maar 1 plek in een raar hoekje bij de dokter. Dus ik zet mijn knipperlicht uit en wacht. Maar niemand lijkt me te zien en niemand laat me door. Vervelend want de auto’s achter mij kunnen nu ook niet de parkeerplaats op. Ik blokkeer hun weg.

Ik kan alleen niet veel anders dan wachten. Wachten tot iemand mij laat passeren. En ik vind het best knap dat je mij mist met mijn L2 rolstoelbus met knipperlicht richting een invalideplek. Maar meerdere auto’s rijden gewoon door en blokkeren opnieuw de rolstoelplek. Maar ik denk: Ach hee. We zijn allemaal mens, ik mis ook weleens iets als ik in gedachten ben. Dus ik wacht geduldig af tot iemand me wél ziet en toelaat.

Gelukkig is er een zorgverlener van mijn dochter mee. Wat fijn dat ze er bij is vandaag. Ze stapt uit en vraagt netjes of de mensen in de file of ze me even tussendoor willen laten rijden naar de rolstoelplek. Dan kan ik verder. Kunnen de mensen achter me verder. Maar op dat moment begint er een soort massale bemoeienis en geschreeuw. Dat we de boel blokkeren. Dat niemand er door kan. We leggen uit dat we er niet door kunnen omdat mensen ons er niet doorlaten maar dat we het proberen nu te regelen. Dan begint een andere vrouw te roepen dat er verderop meer plekken zijn waar we best ook gebruik van kunnen maken. Ik reageer perplex niet. Maar later denk ik: dus omdat niemand het fatsoen heeft mij de rolstoelplek in te laten rijden, ga jij me nu vertellen dat ik met mijn zieke dochter niet voor de dokter mag parkeren op een vrije rolstoelplek waar ik een vergunning voor heb. Dat ik maar gewoon verderop moet staan. En waarom? Omdat jij dan sneller door kunt?

Ik vind het de wereld op zijn kop. En ik stoor me aan de asocialiteit ervan. Je ziet blijkbaar niet wat er gebeurt. Je hebt er wel een mening over. Maar met je reactie los je ook helemaal niets op. Je helpt niet. Je bent niet lief. En je denkt eigenlijk alleen maar aan jezelf en de paar minuten vertraging die je oploopt.

Ik heb het allemaal stoïcijns over mee heen laten komen. Want ik heb geen invloed op de reactie van anderen. Maar bovenal: ik ben hier met een doel en dat is aankomen bij de dokter met mijn zieke dochter.

Na de diagnose van de huisarts komt het ineens bij me binnen en flap ik het verhaal ertegen haar uit. Het heeft me eigenlijk best wel geraakt merk ik. Het is ook al de tweede keer dat er bij deze parkeerplek zoiets voorvalt. Dus misschien moet ik er wel bij de gemeente en signaal over afgeven. Kunnen zij zo’n kruis op de weg schilderen dat je de plek vóór de invalideplek niet mag stilstaan. Dan kan die ingang nooit geblokkeerd worden en komt zoiets niet meer voor. Maar eigenlijk is wat me het meest raakt de reactie van mensen eromheen. Dat mensen zo asociaal en bruut reageren. Zo snel oordelen vinden dat ze dat er ook uit moeten gooien. Hard en herhaaldelijk gaan lopen toeteren. Schreeuwen. Zo’n reactie helpt gewoon niet. En ik vraag me af of ik dat zelf ook weleens doe. En ik ben zeker niet roomster dan de paus dus vast wel. En ik neem me voor dat ik dat niet meer ga toelaten bij mezelf. Niet meer oordelen of toeteren of reageren op een situatie die je niet overziet. Je weet het soms gewoon vanaf een afstandje niet. En dan is oordelen niet goed en niet zinvol.

Terwijl ik mijn ervaring er bij de dokter uitflap (ik ben toch intern meer onder de indruk van het voorval dan waar ik tijd voor had) schud zij haar hoofd. Ze kijkt wat bedremmeld en spreekt de wijze woorden: ‘Voor een kort lontje is er geen medicijn. Jammer genoeg zie ik het korte lontje wel steeds vaker. Laat het maar van je afglijden wat er gebeurde. Ik denk het ook vaak: Wat ik hier meemaak op een dag in de dokterspraktijk en wat ik hoor en zie en dan vervolgens zie waar mensen over oordelen en zich druk over maken. Ik kan er soms niet bij. Maar voor een kort lontje is er gewoon geen medicijn.’

En ze heeft gelijk. Er is geen medicijn voor asociaal gedrag. Maar we kunnen wel met zijn allen er misschien een klein beetje op letten en een beetje lief en begripvol blijven naar elkaar.

Gerelateerde berichten

Eén gedachte over “Het korte lontje

  1. Lieve sabine.
    Wat goed dat je dit aankaart.erg verve l end dat er zo op gereageerd werd.maar weetje wat; mensen zijn ook schaapjes.als er één. Bèèèè zegt ,doen ze allemaal.mee.dus al die lontjes met elkaar wordt een vlammenzee!! Hoera!! Eindelijk kunnen ze afreageren ! De mensheid moet erg v eel veranderen naar mijn idee. Laat maar en trek het je niet aan

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *